ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1396
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Aftrek verbouwingskosten woning wegens medische noodzaak bij reumapatiënte
Eiseres, ernstig beperkt door reuma, kon na het plotselinge overlijden van haar echtgenoot niet verhuizen naar een aangepaste woning en besloot haar woning aan te passen met een slaap- en badkamer op de begane grond. De inspecteur weigerde aftrek van de verbouwingskosten omdat de medische verklaring na de verbouwing was afgegeven, geen subsidie was aangevraagd en er sprake zou zijn van waardevermeerdering.
De rechtbank oordeelde dat de aanpassingen direct verband houden met de lichamelijke beperkingen van eiseres en voortvloeien uit een medische noodzaak, ondersteund door een verklaring van de behandelend arts. De eis dat de medische verklaring voorafgaand aan de verbouwing moet zijn afgegeven, werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat eiseres zich redelijkerwijs gedrongen voelde de kosten zelf te dragen gezien de urgentie en het ontbreken van subsidieaanvragen.
Verder achtte de rechtbank een substantiële waardevermeerdering niet aannemelijk omdat de woning na verkoop weer verbouwd moet worden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, stelde het belastbaar inkomen vast op € 14.390 en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak bevestigt dat medische noodzaak en urgentie de toepassing van aftrek van buitengewone uitgaven kunnen rechtvaardigen, ook als formele voorwaarden zoals voorafgaande medische verklaringen niet strikt zijn nageleefd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en staat aftrek toe van de verbouwingskosten woning wegens medische noodzaak.