ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ambtshalve onthouding verblijfsvergunning wegens onjuiste juridische grondslag
Eiser, een Iraanse vreemdeling, werd ambtshalve de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onthouden onder de beperking “tijdsverloop in de asielprocedure”. Verweerder baseerde dit besluit onterecht op artikel 3.77 van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat alleen van toepassing is op aanvragen en niet op ambtshalve beslissingen. Daarnaast verwees verweerder naar artikelen die niet van toepassing waren en die bovendien waren vervallen.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en op verkeerde juridische gronden berustte. De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte verkeerde artikelen had aangehaald en dat het beleid waarop verweerder zich beriep ook verwees naar artikel 3.77, waardoor een juiste juridische grondslag ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat de ambtshalve onthouding van de verblijfsvergunning niet kon worden gehandhaafd. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen als de partij die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot ambtshalve onthouding van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste juridische grondslag en onvoldoende motivering.