ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1483
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Noord-Koreaanse wegens onvoldoende bewijs buitenlands vestigingsalternatief
Verzoekster, een Noord-Koreaanse vrouw, diende een asielaanvraag in na vlucht uit Noord-Korea vanwege seksueel misbruik en vrees voor schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af, stellende dat verzoekster een buitenlands vestigingsalternatief in Zuid-Korea heeft. De rechtbank onderzocht of dit alternatief daadwerkelijk aanwezig is.
De rechtbank constateerde dat het ambtsbericht waarop de minister zich baseert onvoldoende bewijs levert dat verzoekster automatisch de Zuid-Koreaanse nationaliteit verkrijgt, mede vanwege het vereiste veiligheidsonderzoek. De enkele stelling dat er geen aanwijzingen zijn dat verzoekster het onderzoek niet zal doorstaan, is onvoldoende.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het buitenlands vestigingsalternatief voor verzoekster daadwerkelijk bestaat. Hierdoor is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel en dient het vernietigd te worden. Het beroep wordt gegrond verklaard, het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen, en de minister wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.