ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1484
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering paspoortvereiste
Eisers, burgers van Servië Montenegro, vroegen in 1999 een verblijfsvergunning voor klemmende redenen van humanitaire aard aan. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvragen af omdat eisers niet beschikten over een geldig document voor grensoverschrijding en niet hadden aangetoond dat zij geen dergelijk document konden verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat de IND onvoldoende heeft onderbouwd dat eisers geen UNMIK-reisdocument kunnen verkrijgen, aangezien eisers niet kunnen reizen naar Kosovo om een aanvraag in te dienen en de IND niet heeft aangetoond dat het EU-document dat terugkeer mogelijk zou maken, erkend wordt. Ook is niet aangetoond dat eisers daadwerkelijk een UNMIK-reisdocument kunnen aanvragen.
De rechtbank vernietigt daarom de besluiten van 26 oktober 2004 en 30 december 2005, en draagt de IND op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de uitzetting van eisers verboden totdat nieuwe besluiten zijn genomen. De IND wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en draagt de IND op nieuwe besluiten te nemen, met een uitzettingsverbod tot die tijd.