ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1644
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- H. Gorter
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens gebrek aan geloofwaardigheid en geen risico schending artikel 3 EVRM bij terugkeer DRC
Eiseres, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij vanwege mishandeling en verkrachting door autoriteiten en het risico op detentie en mishandeling bij terugkeer naar de DRC bescherming behoefde. Verweerder wees haar aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van haar relaas en onvoldoende bewijs voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas van eiseres aan de hand van de Vreemdelingencirculaire en concludeerde dat het verhaal niet consistent en aannemelijk was. Daarnaast ontbraken reisdocumenten en was de reisroute vaag. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat eiseres een verdragsvluchteling was en dat zij persoonlijk een reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De rechtbank nam ook ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken en het rapport van de Commissie Havermans in beschouwing. Deze gaven aan dat niet alle uitgeprocedeerde asielzoekers bij aankomst in Kinshasa een risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro. Personen met een politieke achtergrond lopen wel risico, maar eiseres viel hier niet onder. De rechtbank vond geen concrete aanwijzingen die het ambtsbericht konden weerleggen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.