ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1646
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- H. Gorter
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer DRC
Eiser, een Congolese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege politieke vervolging en een dreigend risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar de DRC bescherming behoefde. De rechtbank beoordeelde de geloofwaardigheid van zijn relaas kritisch, waarbij wisselende verklaringen en het ontbreken van reisdocumenten zwaar wogen. Dit leidde tot het oordeel dat eiser geen verdragsvluchteling was.
Daarnaast onderzocht de rechtbank of eiser bij terugkeer een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro. Hierbij werd het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken en het rapport van de Commissie Havermans betrokken. Uit deze bronnen bleek dat niet alle uitgeprocedeerde asielzoekers bij terugkeer in de DRC een risico lopen op onmenselijke behandeling. Personen met een politieke achtergrond lopen een verhoogd risico, maar eiser viel hier niet onder.
De rechtbank concludeerde dat het ambtsbericht zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de door eiser overgelegde stukken onvoldoende concrete aanknopingspunten boden om aan de juistheid ervan te twijfelen. De behandeling door de DGM werd niet als structureel onmenselijk beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.