ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1782
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Aanmerking 14-1-brief als aanvraag en erkenning Stichting VluchtelingenWerk als gemachtigde
Eiser heeft op 10 juni 2003 via Stichting VluchtelingenWerk een verzoek ingediend bij verweerder om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid voor een verblijfsvergunning. Verweerder stelde dat deze brief geen aanvraag was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank onderzoekt of de brief als aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb moet worden aangemerkt.
De rechtbank bevestigt dat onder bepaalde voorwaarden een zogenaamde 14-1-brief als aanvraag geldt, wat hier het geval is vanwege de verwijzing naar een toezegging en de toelichting op schrijnende omstandigheden. Tevens oordeelt de rechtbank dat eiser als belanghebbende moet worden gezien en dat Stichting VluchtelingenWerk als gemachtigde van eiser moet worden erkend, mede vanwege de vermelding dat de cliënt akkoord is met de inhoud.
De rechtbank benadrukt het bestuursrechtelijke beginsel van vrije procesvertegenwoordiging en de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan om te onderzoeken of uit de omstandigheden een machtiging blijkt. Omdat verweerder dit niet heeft gedaan, moet de brief worden aangemerkt als aanvraag en het besluit van 20 november 2003 als besluit. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden als rechtspersoon aangewezen voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.