ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1785
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens strafrechtelijke veroordeling niet rechtsgeldig gemotiveerd
Eiser, een Ethiopische minderjarige, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een onherroepelijke veroordeling tot jeugddetentie en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Tevens werd zijn asielaanvraag en aanvraag verblijfsvergunning regulier afgewezen. Verweerder motiveerde de ongewenstverklaring onvoldoende, met name ontbrak een kenbare belangenafweging tussen de persoonlijke belangen van eiser en het algemeen belang.
Verweerder wilde de motivering van de ongewenstverklaring aanvullen met overwegingen uit de afwijzing van de asielaanvraag, maar de rechtbank oordeelde dat een dergelijke omvangrijke wijziging aanleiding had moeten zijn tot intrekking en vervanging van het besluit. De rechtbank stelde vast dat de motivering niet voldeed aan het motiveringsbeginsel en dat verweerder niet aantoonde dat alle belangen zorgvuldig waren afgewogen.
De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en regulier werden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser zolang hij ongewenst is verklaard geen belang heeft bij rechtmatig verblijf. De rechtbank vernietigde het besluit tot ongewenstverklaring en beval een nieuwe beslissing binnen zes weken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan eiser vergoed.
Uitkomst: Besluit tot ongewenstverklaring vernietigd wegens ondeugdelijke motivering; beroepen tegen verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard.