ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- G.B. Raaphorst
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens onjuiste bekendmaking intrekking vestigingsvergunning
Eiser verbleef al 28 jaar in Nederland en werd op 6 oktober 2006 in bewaring gesteld. De intrekking van zijn vestigingsvergunning, gedateerd 19 juli 2002, werd pas in oktober 2006 bekend bij eiser via zijn gemachtigde. Verweerder stelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt door aangetekende verzending naar het laatst bekende adres, waar eiser echter sinds 28 juni 2000 niet meer stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder om in geval van vertrek met onbekende bestemming het besluit aan het laatst bekende adres te zenden, niet als juiste uitleg van artikel 3:41 Awb Pro kan gelden. Deze wijze van bekendmaking leidt ertoe dat eiser het besluit niet kan ontvangen, vooral omdat het besluit meer dan twee jaar na uitschrijving werd verzonden.
Daarom is het besluit tot intrekking van de vestigingsvergunning niet van kracht geworden en verbleef eiser rechtmatig ten tijde van de inbewaringstelling. De inbewaringstelling wordt derhalve als onrechtmatig beoordeeld. De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van €1410,- voor de periode van detentie en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €644,-. Tevens beveelt de rechtbank onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de inbewaringstelling en kent een schadevergoeding van €1410 toe.