ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1893
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.I.H. Fockens
- W.J. van Bennekom
- S.M. Schothorst
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning zelfstandige met eerdere ingangsdatum dan vastgesteld
Eiseres, een staatsloze uit Oezbekistan, had sinds 1998 een aanvraag lopen voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige. Na meerdere afwijzingen en vernietigingen van besluiten door de rechtbank, verleende de minister uiteindelijk een vergunning met ingang van 12 juli 2005, waarbij eiseres werd vrijgesteld van het paspoortvereiste.
Eiseres betwistte de ingangsdatum en stelde dat zij al in mei 2000 voldeed aan alle voorwaarden, waaronder het paspoortvereiste, omdat zij toen al vier verklaringen had overgelegd waaruit bleek dat zij niet in het bezit kon komen van een geldig document voor grensoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende feitenonderzoek had verricht en dat de verklaringen in mei 2000 beslissend waren.
De rechtbank stelde vast dat de minister onterecht pas in 2005 tot zijn oordeel kwam en dat de vergunning op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 met ingang van 16 mei 2000 had moeten worden verleend. Het bestreden besluit werd vernietigd en de rechtbank voorzag zelf in de zaak door de vergunning met ingang van die datum toe te kennen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De verblijfsvergunning wordt met ingang van 16 mei 2000 verleend in plaats van 12 juli 2005.