ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1999
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Timmermans
- Ferenschild
- Milders
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelname aan moord of doodslag
Verdachte werd verdacht van medeplegen of medeplichtigheid aan moord, doodslag of zware mishandeling met voorbedachten rade op het slachtoffer. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van drie jaar.
Tijdens de zittingen verklaarde verdachte steeds niet te hebben geweten wat zich in de woning aan de [a-straat] had afgespeeld, een verklaring die werd bevestigd door beide medeverdachten. Uit het dossier bleek dat verdachte op diverse momenten in de buurt was geweest, onder andere op 26 en 27 oktober 2005, en dat zij veelvuldig telefonisch contact had met de medeverdachten, maar de inhoud van deze gesprekken was volgens verdachte en een medeverdachte beperkt tot wachten.
De rechtbank vond geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op deelname aan de tenlastegelegde strafbare feiten. Er was geen bewijs dat verdachte wist van de betrokkenheid van medeverdachten bij het latere slachtoffer of van de gepleegde feiten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en besloot het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Tevens werd de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van deelname aan moord of doodslag.