ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op grievende uitlatingen over Defensie en marineartsen na dienstongeval
Gedaagde was van 1963 tot 1985 in dienst bij Defensie en liep in 1978 tijdens een legeroefening in Noorwegen een ernstig dienstongeval op, waarna hij blijvend letsel overhield. Na eervol ontslag in 1985 ontstond een geschil over zijn pensioen en schadevergoeding, waarbij gedaagde Defensie en marineartsen beschuldigde van onrechtmatig handelen en nalatigheid.
Defensie vorderde in kort geding dat gedaagde bepaalde grievende uitlatingen zou staken en verwijderen, omdat deze onjuist waren en inbreuk maakten op de eer en goede naam van Defensie en betrokken personen. De voorzieningenrechter moest het grondrecht op vrijheid van meningsuiting afwegen tegen het recht op bescherming van persoonlijke levenssfeer en eer.
De rechter oordeelde dat de pensioenaanspraken en het ontbreken van causaal verband tussen medisch handelen en klachten juridisch vaststaan, waardoor de uitlatingen over deze kwesties onjuist zijn en niet door vrijheid van meningsuiting worden beschermd. Daarnaast zijn de overige grievende uitlatingen onrechtmatig en onvoldoende gerechtvaardigd.
Gedaagde werd bevolen de uitlatingen te staken en gestaakt te houden, met een dwangsom van €250 per overtreding tot een maximum van €10.000. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van proceskosten. De website van gedaagde was inmiddels offline, maar de rechter vond nog steeds belang bij het verbod en de dwangsom.
Uitkomst: Gedaagde is verboden grievende en onjuiste uitlatingen over Defensie en marineartsen te doen, met dwangsom bij overtreding.