ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2582
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.F. Slijpen
- S.C. Stuldreher
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Blote eigendom bedrijfsterrein kwalificeert als werkzaamheid volgens artikel 3.92 Wet IB 2001
Eiser en zijn broer zijn gezamenlijk eigenaar van de blote eigendom van een bedrijfsterrein waarop een economisch genotsrecht rust ten behoeve van een besloten vennootschap waarin eiser een middellijk aanmerkelijk belang heeft. Eiser stelde bij zijn aangifte dat zijn aandeel in de blote eigendom en de daarbij behorende schuld tot het inkomen uit sparen en beleggen behoort, terwijl verweerder dit als resultaat uit werkzaamheid kwalificeerde en het belastbare inkomen uit werk en woning verhoogde.
De rechtbank beoordeelde of het houden van blote eigendom van het bedrijfsterrein een werkzaamheid vormt volgens artikel 3.92 Wet IB 2001. De rechtbank concludeerde dat het bedrijfsterrein daadwerkelijk ter beschikking werd gesteld aan de B.V. en dat eiser een aanmerkelijk belang heeft, waardoor aan de voorwaarden van artikel 3.92 is voldaan.
Eiser voerde aan dat het enkel hebben van blote eigendom geen werkzaamheid is omdat ter beschikking stellen een actief handelen vereist, maar de rechtbank verwierp dit op basis van de wetsgeschiedenis en de Memorie van Toelichting. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en sprak het vonnis uit op 27 september 2006.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de blote eigendom van het bedrijfsterrein een werkzaamheid vormt volgens artikel 3.92 Wet IB 2001.