ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid voortduring bewaring op detentieboot na overschrijding termijn van zes maanden
Eiser is sinds oktober 2005 in bewaring gesteld en verblijft sindsdien op de detentieboten ‘Reno’ en ‘Stockholm’. Hij voert aan dat zijn verblijf de redelijk te achten termijn van zes maanden heeft overschreden en dat de omstandigheden aan boord disproportioneel zijn, wat leidt tot een onrechtmatige vrijheidsontneming.
De rechtbank stelt vast dat de termijn van zes maanden op 18 april 2006 is verstreken en dat de omstandigheden aan boord van de detentieboten niet zodanig zijn verbeterd dat het eerdere oordeel over disproportionele beperkingen niet langer geldt. De rechtbank wijst erop dat de vreemdelingenrechter weliswaar niet bevoegd is om over het regime aan boord te oordelen, maar wel over de inbreuk op grondrechten door de duur van het verblijf.
Hoewel verweerder stelt dat het onderzoek naar uitzetting voortvarend verloopt en eiser onvoldoende meewerkt, acht de rechtbank de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel zelf gerechtvaardigd. Wel acht zij de voortzetting van het verblijf op de detentieboot na zes maanden onrechtmatig en beveelt overplaatsing naar een minder beperkende inrichting.
De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van €70 per dag verblijf na 14 juli 2006 en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten. Het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het verblijf op de detentieboot na zes maanden onrechtmatig is en beveelt overplaatsing en toekenning van schadevergoeding toe.