ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2813
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning op grond van traumatabeleid na mishandeling en herbeleving
Eiser, van Turkse nationaliteit en Koerdische afkomst, werd meerdere malen opgepakt vanwege zijn sympathieën voor de politieke partij HADEP en familiebanden met verdachten van terrorisme. Tijdens detentie in 2000 werd hij seksueel mishandeld door officieren van de luchtmacht, wat leidde tot ernstige fysieke en psychische schade. In 2002 vond een nieuwe ondervraging plaats die een herbeleving van deze traumatische gebeurtenissen veroorzaakte, waarna eiser zijn land verliet.
De IND wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning af, stellende dat de mishandeling niet ernstig genoeg was en dat eiser niet in bijzondere negatieve belangstelling stond. De rechtbank stelde vast dat de mishandeling en de herbeleving daarvan onder het limitatieve traumatabeleid vallen en dat de IND onvoldoende gemotiveerd had waarom deze omstandigheden geen grond voor een verblijfsvergunning zouden zijn.
De rechtbank oordeelde verder dat de bescherming tegen herbeleving onvoldoende was aangetoond en dat terugkeer naar Turkije, gezien de negatieve aandacht voor Koerden met HADEP-sympathieën, bijzondere hardheid zou opleveren. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de IND opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het afwijzingsbesluit en draagt op een nieuw besluit te nemen waarbij een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid wordt overwogen.