ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering bij presentatie aan Syrische autoriteiten en risico schending artikel 3 EVRM
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij werd gepresenteerd aan een Syrische delegatie zonder aanwezigheid van een IND-medewerker, waarbij de delegatie beschikte over een dossier over verzoeker. Verzoeker stelde dat hierdoor de Syrische autoriteiten op de hoogte zijn van zijn asielaanvragen, wat een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in 2001 door Duitsland naar Syrië is uitgezet, waar hij zes maanden gevangen zat, mishandeld werd en een meldplicht kreeg opgelegd. Dit vormt een eerdere schending van artikel 3 EVRM Pro. De IND heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de presentatie en de daaropvolgende risico's niet leiden tot een reëel en voorzienbaar risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de presentatie een nieuw feit is dat de eerdere afwijzing niet kan dragen zonder nadere beoordeling. Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsvereiste, het besluit vernietigd en de IND opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de IND wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent risico schending artikel 3 EVRM.