ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2854
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.I.H. Fockens
- S.M. Schothorst
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeperkende maatregelen tijdens bewaring vreemdeling
Eiser is op 16 februari 2006 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens deze bewaring zijn aan eiser verdergaande beperkingen opgelegd, waaronder een verbod op telefoneren, bezoek en correspondentie, die onrechtmatig bleken te zijn. De rechtbank stelt vast dat deze beperkingen zijn opgelegd als pressiemiddel om medewerking te verkrijgen bij het onderzoek naar zijn identiteit en verwijdering.
De rechtbank is bevoegd te oordelen over de rechtmatigheid van de opgelegde beperkingen en over de toekenning van een schadevergoeding. Partijen zijn het eens over de onrechtmatigheid van de beperkingen en de ingangsdatum van de schadevergoeding (11 mei 2006), maar verschillen van mening over de hoogte van het bedrag. De rechtbank concludeert dat het normbedrag van €70 per dag niet adequaat is vanwege het verzwaarde regime en kent een schadevergoeding toe van €95 per dag, totaal €4560.
Verweerder heeft verzocht tot nihilstelling of matiging van de schadevergoeding, stellende dat eiser de voortgang van het onderzoek heeft gefrustreerd en ongewenst is verklaard. De rechtbank wijst dit af, omdat het opleggen van beperkingen onrechtmatig was en als pressiemiddel is gebruikt, wat een grove inbreuk op grondrechten vormt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten van €805 ten behoeve van eiser. De vrijheidsontnemende maatregel is op 28 juni 2006 opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €4560 toe wegens onrechtmatige vrijheidsbeperkende maatregelen tijdens bewaring.