ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2903
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor analoge toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Verzoekster sub 1, van Armeense nationaliteit, en haar dochter, verzoekster sub 2, vroegen voorlopige voorziening tegen het besluit van 30 november 2005 waarbij hun aanvragen voor verblijfsvergunningen werden afgewezen en analoge toepassing van artikel 64 Vw Pro werd geweigerd.
De rechtbank constateerde dat verzoeksters rechtmatig verblijf hebben zolang bezwaar loopt en dat het standpunt van verweerder dat verzoekster sub 1 in staat is te reizen, gebaseerd is op een medisch advies dat mogelijk niet standhoudt. Nieuwe medische verklaringen tonen ernstige psychische klachten en noodzaak voor intensieve behandeling.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het besluit geschorst en verweerder opgedragen verzoeksters te behandelen alsof zij in de situatie analoog aan artikel 64 Vw Pro verkeren, met als doel spoedige opvang door het COA te bevorderen.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan verzoeksters vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het besluit van 30 november 2005 wordt geschorst en verzoeksters worden behandeld alsof zij in de situatie analoog aan artikel 64 Vw verkeren, met recht op opvang.