ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2961
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen nawerking van CAO-loonsverhoging na afloop algemeen verbindendverklaring
Eisers, werknemers van Ortec Industrie Nederland B.V., vorderen een loonsverhoging van 2,2% per 1 februari 2005 conform de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf 2003-2005, inclusief wettelijke rente en een wettelijke verhoging. Ortec betwist dat deze verhoging na afloop van de algemeen verbindendverklaring van de CAO nog verschuldigd is en voert aan dat de loonsverhoging slechts tot 1 mei 2005 moet worden betaald.
De kantonrechter stelt vast dat de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf 2003-2005 van 1 april 2003 tot 30 april 2005 algemeen verbindend was verklaard, maar dat de opvolgende CAO niet algemeen verbindend is verklaard. De individuele arbeidsovereenkomsten verwijzen naar de CAO Metalektro, die wel loonsverhogingen kent en door Ortec is toegepast per 1 januari 2006.
De rechter oordeelt dat normatieve CAO-bepalingen niet doorwerken na afloop van de algemeen verbindendverklaring, tenzij het gaat om rechten die beperkt zijn tot een bepaald tijdvak, wat hier niet het geval is. De loonsverhoging van 2,2% per 1 februari 2005 geldt daarom slechts tot 1 mei 2005. Eisers hebben recht op betaling van de loonsverhoging over februari, maart en april 2005, inclusief wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging van 10% in plaats van 50%.
De vordering tot betaling van de loonsverhoging vanaf 1 mei 2005 wordt afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden deels toegewezen en de proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitgesproken door kantonrechter E.S.G. Jongeneel op 19 oktober 2006.
Uitkomst: Ortec moet de loonsverhoging van 2,2% over februari-april 2005 betalen met rente en beperkte wettelijke verhoging, buitengerechtelijke kosten deels vergoeden, en proceskosten worden gecompenseerd.