ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3105
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Verburg
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing kapitaalverzekering met lijfrenteclausule bij niet-tijdige uitvoering
Eiser sloot in 1989 via een assurantietussenpersoon een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af met een looptijd van 12 jaar. Na het vrijkomen van het kapitaal in december 2001 heeft eiser geen beslissing genomen over de aanwending ervan, waarna het bedrag door de verzekeraar op een rekening van de tussenpersoon werd gestort.
Verweerder belastte het kapitaal in 2001, wat eiser betwistte met het argument dat het kapitaal nooit zijn rekening heeft bereikt en dat de lijfrenteclausule pas na zijn 65e jaar in werking zou treden. Subsidiair stelde hij dat het inkomen niet in 2001 maar later belast zou moeten worden, omdat de lijfrenteclausule binnen een redelijke termijn moet worden uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de lijfrenteclausule vóór januari 2005 is uitgevoerd. Het bewijsaanbod was te laat en onvoldoende concreet. Gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat bij het niet tijdig uitvoeren van de lijfrenteclausule het kapitaal bij expiratie in het inkomen moet worden betrokken.
De rechtbank verwierp ook het subsidiaire betoog en concludeerde dat het kapitaal in 2001 vorderbaar en genoten was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslag over 2001 wordt gehandhaafd.