ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3297
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Tsjetsjeense asielzoeker van Russische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vreesde vervolging door de Federale Veiligheidsdienst en strijders van Doedajev vanwege zijn betrokkenheid bij oppositieactiviteiten en militaire acties in Tsjetsjenië.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op een individueel ambtsbericht waarin het asielrelaas als ongeloofwaardig werd beoordeeld. Eiser voerde aan dat zijn naam verkeerd was gespeld en dat het onderzoek onzorgvuldig was, maar deze stellingen boden geen concreet aanknopingspunt voor twijfel aan het ambtsbericht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het ontbreken van identiteitsdocumenten in het nadeel van eiser heeft betrokken en dat het ambtsbericht zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk was. De niet nader onderbouwde verklaringen van eiser konden de conclusie van ongeloofwaardigheid niet weerleggen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aanvraag van eiser af. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.