ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3409
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A.C. Hofman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Palestijnse asielzoeker uit Irak
Verzoeker, een Palestijnse asielzoeker uit Irak, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die werd afgewezen door verweerder. Verzoeker stelde dat terugkeer naar Irak vanwege de situatie aldaar van onevenredige hardheid zou zijn en verwees naar recente jurisprudentie en beleidswijzigingen in andere EU-landen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet volstaan kan met verwijzing naar eerdere uitspraken om het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid te rechtvaardigen, mede gezien nieuwe informatie over het Belgische beleid. De geloofwaardigheid van verzoekers individuele vrees werd echter niet overtuigend geacht, mede door het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten en onvoldoende bewijs van persoonlijke vervolging.
De voorlopige voorziening werd toegewezen omdat het belang van verzoeker om het beroep in Nederland af te wachten zwaarder woog dan het belang van verweerder bij uitzetting. Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van €644,-. Tegen de uitspraak over het beroep en de vrijheidsontnemende maatregel staat hoger beroep open bij de Raad van State, maar niet tegen de voorlopige voorziening.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het beroep is beslist.