ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3462
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Opschorting uitzetting wegens risico op schending artikel 3 EVRM bij ongewenstverklaring
Verzoeker, een Maleisische staatsburger, is ongewenst verklaard wegens betrokkenheid bij handel en doorvoer van harddrugs. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit en vreesde dat uitzetting naar Maleisië zou leiden tot een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, vanwege het risico op onmenselijke detentie zonder proces en schending van het ne bis in idem-beginsel.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder een individueel ambtsbericht bij de Minister van Buitenlandse Zaken had aangevraagd om nader onderzoek te doen naar het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Gezien de ernst van de mogelijke schending vond de rechter dat verzoeker in Nederland moest kunnen blijven totdat op het bezwaar was beslist.
De rechter oordeelde dat het belang van verzoeker om niet uitgezet te worden zwaarder woog dan het belang van verweerder bij uitzetting. Daarom werd de uitzetting geschorst en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker naar Maleisië wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM.