ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vreemdelingenbewaring en schadevergoeding na binnentreden woning
De vreemdeling, met Oekraïense nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel (vreemdelingenbewaring) en verzocht om schadevergoeding. De maatregel was opgelegd omdat er een ernstig vermoeden bestond dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken, mede vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, onvoldoende middelen van bestaan en geen vaste woon- of verblijfplaats.
De rechtbank overweegt dat er voldoende feiten en omstandigheden waren die een redelijk vermoeden opleverden dat de vreemdeling zich in de woning bevond, waardoor de politie bevoegd was de woning zonder toestemming binnen te treden. Het binnentreden vond plaats na aankloppen en zonder reactie, waarna met een machtiging en waarschuwing de deur met geweld werd geopend.
De rechtbank oordeelt dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.