ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3469
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een vreemdeling van Ghanese nationaliteit, werd op 31 augustus 2006 in bewaring gesteld vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Hij stelde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was omdat het strafrechtelijk voortraject, dat eindigde in een sepot, niet juist was meegenomen. De rechtbank oordeelde dat een sepot van de officier van justitie niet gelijkgesteld kan worden aan een rechterlijke beslissing en dat het strafrechtelijk voortraject niet ter beoordeling van de vreemdelingenrechter staat.
De rechtbank constateerde dat eiser geen identiteitspapier bezat, meerdere aliassen gebruikte en geen vaste woon- of verblijfplaats had, waardoor aannemelijk was dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Hoewel eiser pas na de inbewaringstelling werd gehoord, was dit volgens de rechtbank niet onzorgvuldig omdat het eerste gehoor voorafgaand aan de maatregel had plaatsgevonden en het latere gehoor diende ter verdere vaststelling van identiteit en nationaliteit.
De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling niet in strijd was met de wet en dat het belang van de openbare orde de maatregel rechtvaardigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.