ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3503
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-beoordeling subsidiaire bescherming op grond van artikel 15c Definitierichtlijn
Verzoeker, een Iraakse Koerd, diende op 8 maart 2006 een asielaanvraag in die door de IND op 9 november 2006 werd afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing van zijn asielrelaas.
De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende heeft beoordeeld of verzoeker aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet 2000, in samenhang met artikel 15c van de Europese Definitierichtlijn. Deze richtlijn vereist bescherming bij ernstige en individuele bedreiging door willekeurig geweld in een gewapend conflict, wat niet is meegewogen.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse wetgeving de Definitierichtlijn niet tijdig en volledig heeft geïmplementeerd, waardoor artikel 15c directe werking heeft. Verweerder had daarom niet alleen het categoriale beschermingsbeleid moeten beoordelen, maar ook individuele bescherming moeten overwegen.
Gezien het ontbreken van deze beoordeling vernietigt de rechtbank het besluit en beveelt een nieuwe zorgvuldige beslissing. Tevens wordt de voorlopige voorziening toegewezen en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt bevolen de aanvraag opnieuw te beoordelen met inachtneming van artikel 15c van de Definitierichtlijn.