ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ3612
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontoereikende betaalmogelijkheden
Eiser parkeerde op 2 juni 2005 zijn auto aan de [a-straat] te Leiden waar betaald parkeren geldt. Tijdens controle bleek geen geldig betaalbewijs aanwezig, waarna een naheffingsaanslag van €48 werd opgelegd. Eiser stelde dat hij een parkeerkaart van één uur had gekocht met de chipknip van zijn dochter, maar dat hij in het schemerdonker geen dagkaart had kunnen kopen. Tevens voerde hij aan dat de naheffingsaanslag onredelijk hoog was en dat de gemeente buitenlandse automobilisten discrimineert door alleen rekeninggebonden chipkaarten te accepteren zonder duidelijke informatie over andere betaalmogelijkheden.
Verweerder betwistte de stellingen en stelde dat er in de omgeving parkeerautomaten waren waar ook met muntgeld betaald kon worden. Echter bleek dat de parkeerautomaat waar eiser betaalde alleen rekeninggebonden chipkaarten accepteerde en dat de mogelijkheid om bij andere automaten met contant geld te betalen voor eiser niet kenbaar was. Dit is in strijd met artikel 1a, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen dat vereist dat belastingplichtigen ten minste kunnen kiezen tussen een rekeninggebonden en een niet-rekeninggebonden chipkaart.
De rechtbank oordeelde dat de wijze van heffing op de betreffende locatie niet aan de wettelijke vereisten voldoet en vernietigde de naheffingsaanslag. Tevens werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en werd de gemeente Leiden gelast het betaalde griffierecht van €37 aan eiser te vergoeden. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat de betaalmogelijkheden niet aan de wettelijke eisen voldoen.