ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4041
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtstreekse werking en implementatiegebrek van subsidiaire bescherming volgens Definitierichtlijn
Verzoekster, afkomstig uit Irak, diende een herhaalde asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden volgens artikel 4:6 Awb Pro. Verzoekster stelde dat de implementatie van de Europese Definitierichtlijn, met name artikel 15c, een wijziging van recht inhoudt die haar recht op bescherming vergroot.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de Nederlandse wetgeving de in artikel 15c van de Definitierichtlijn beschreven ernstige schade niet beschermt en dat de richtlijn onvoldoende en te laat is geïmplementeerd. Artikel 15c heeft rechtstreekse werking omdat het een direct toepasbare bepaling betreft zonder nadere uitwerking door de lidstaat.
Hierdoor was verweerder verplicht de aanvraag inhoudelijk te behandelen en mocht niet volstaan worden met de toets of er nieuwe feiten waren. De afwijzing op grond van artikel 4:6 Awb Pro was onjuist. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster. De voorlopige voorziening tot het uitstellen van uitzetting werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de rechtstreekse werking van artikel 15c van de Definitierichtlijn.