ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4336
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij verblijf bij vader ondanks gelegaliseerde geboorteakte en vaderschapsprocedure
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar vader in Nederland. Haar eerdere aanvraag werd afgewezen omdat de familierechtelijke relatie niet met gelegaliseerde documenten was aangetoond en er geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) was.
In deze procedure stelde eiseres dat zij inmiddels een gelegaliseerde geboorteakte kon overleggen en een vaderschapsprocedure was gestart, wat volgens haar een onbillijkheid van overwegende aard opleverde en vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigde. Tevens voerde zij aan dat het weigeren van de vergunning een schending van artikel 8 EVRM Pro betekende.
De rechtbank oordeelde dat de gelegaliseerde geboorteakte en de vaderschapsprocedure weliswaar nieuwe omstandigheden vormden, maar dat deze niet leidden tot een onbillijkheid van overwegende aard die vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigde. De vaderschapsprocedure kon niet gelijkgesteld worden aan een procedure tot vaststelling van Nederlanderschap. Ook was geen sprake van bijzondere omstandigheden die toelating op grond van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te verbieden werd afgewezen. De uitspraak is gedaan op 4 december 2006 door de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.