ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens disproportionele toepassing bij zwangere vrouw met kind
Eiseres, een zwangere vrouw met een tweejarig kind, werd op 19 september 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het vermoeden dat zij zich aan haar uitzetting zou onttrekken. Zij stelde zich echter coöperatief op en verwees naar haar zwangerschap en haar kind als bijzondere omstandigheden die het onttrekken aan uitzetting onwaarschijnlijk maken.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring niet primair bedoeld is als straf, maar om te voorkomen dat vreemdelingen zich onttrekken aan uitzetting. Gezien de groeiende medewerking van eiseres aan haar vertrek en de bijzondere omstandigheden, waaronder haar zwangerschap en het jonge kind, concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een zwaardere maatregel noodzakelijk was en niet volstaan kon worden met een lichter middel.
Het beleid van verweerder laat toe om afhankelijk van individuele omstandigheden lichtere maatregelen te nemen, zoals meldplicht of bewegingsbeperking. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met deze beleidslijnen en de bijzondere situatie van eiseres.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven, en werd eiseres een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiseres wordt opgeheven wegens disproportionele toepassing en onvoldoende rekening houden met bijzondere omstandigheden.