ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4399
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens schending vertrouwensbeginsel
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende in 1999 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af vanwege een gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op eerdere veroordelingen van eiser. Tijdens het beroep werd eiser schriftelijk medegedeeld dat het eerdere besluit zou worden ingetrokken en dat hem een verblijfsvergunning zou worden verleend. Later werd dit besluit echter opnieuw afgewezen met dezelfde motivering.
Eiser stelde dat het vertrouwensbeginsel aan deze hernieuwde weigering in de weg stond. De rechtbank oordeelde dat de brief van 10 november 2004 een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige toezegging inhield die rechtens te honoreren verwachtingen bij eiser had gewekt. De rechtbank verwierp het verweer van verweerder dat sprake was van een ambtelijke misslag en dat de gemachtigde niet bevoegd was tot toezeggingen.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit geen wezenlijk andere motivering bevatte dan het ingetrokken besluit en dat daardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. Gezien deze omstandigheden werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met het vertrouwensbeginsel.