ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4516
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar medische behandeling vreemdeling
Eiser diende op 1 oktober 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling. Verweerder wees deze aanvraag op 31 oktober 2002 af, waarop eiser bezwaar maakte. Verweerder verklaarde het bezwaar op 11 juli 2003 ongegrond. Dit werd door de rechtbank op 17 januari 2006 in het voordeel van eiser herzien. Verweerder besloot opnieuw op het bezwaar op 20 maart 2006 en verklaarde het wederom ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in.
Tijdens de procedure bleek dat verweerder niet tijdig had beslist op het bezwaar, wat volgens artikel 6:2 Awb Pro gelijkgesteld wordt aan een besluit waartegen beroep mogelijk is. Verweerder trok het bestreden besluit van 20 maart 2006 later in, maar had nog steeds niet op het bezwaar van 31 oktober 2002 beslist. Verweerder verzocht om een termijn van twaalf weken voor het nemen van een nieuw besluit, mede vanwege de benodigde tijd voor een BMA-advies.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is wegens overschrijding van de beslistermijn en bepaalde dat verweerder binnen vier weken na ontvangst van het BMA-advies, doch uiterlijk binnen twaalf weken na verzending van de uitspraak, een beslissing op het bezwaar moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen en verweerder krijgt een nieuwe termijn voor besluitvorming opgelegd.