ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4533
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van discretionaire bevoegdheid
Eisers, bestaande uit een moeder en haar twee minderjarige kinderen van Rwandese nationaliteit, hebben op 26 mei 2003 een aanvraag ingediend bij de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie voor een verblijfsvergunning op grond van de discretionaire bevoegdheid vanwege schrijnende omstandigheden.
De minister wees deze aanvraag af en kwalificeerde deze aanvankelijk als reguliere aanvraag, later als herhaalde asielaanvraag. Eisers maakten bezwaar en beroep tegen de besluiten, maar de rechtbank oordeelt dat de brieven van eisers moeten worden aangemerkt als bezwaarschriften en niet als beroepschriften. Hierdoor zijn de beroepen niet-ontvankelijk.
De rechtbank stelt vast dat eisers expliciet een reguliere verblijfsvergunning op grond van schrijnendheid hebben aangevraagd en dat de minister dit niet correct heeft behandeld. Tevens veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van de proceskosten van €644,- wegens de onjuiste handelwijze van de minister.
De rechtbank wijst erop dat de ongewenstverklaring van de moeder geen invloed heeft op de aanvragen van de kinderen. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. Van Es de Vries op 14 november 2006.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.