ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4541
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
Eiser, een vreemdeling met Chinese nationaliteit, was sinds 19 maart 2006 in bewaring gesteld in het kader van uitzetting. De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van deze bewaring na zes maanden nog gerechtvaardigd was. De belangenafweging die na zes maanden wettelijk vereist is, vond niet tijdig plaats, waardoor de voortzetting van de bewaring vanaf 20 september 2006 onrechtmatig werd.
Eiser had eerder in 2004 ook in bewaring gezeten en was toen niet uitgezet vanwege gebrek aan zicht op uitzetting. In de huidige zaak was onduidelijkheid over het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit, mede doordat eiser het onderzoek had gefrustreerd door geen medewerking te verlenen aan het bespoedigen van het onderzoek. Desondanks oordeelde de rechtbank dat de bewaring opgeheven moest worden per 25 oktober 2006.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe over de periode van 5 tot en met 25 oktober 2006, waarbij de vergoeding werd gematigd met 50% vanwege de frustratie van het onderzoek door eiser. Tevens werden proceskosten toegewezen aan eiser, te betalen door de staat. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van €700,- toegekend wegens onrechtmatige voortzetting van de bewaring.