ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4543
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig binnentreden en onterechte bewaring wegens schending Awbi bij vreemdelingencontrole
Eiseres werd op 7 november 2006 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring volgde op een huiszoeking waarbij zowel strafrechtelijke als vreemdelingenrechtelijke bevoegdheden werden ingezet. De rechtbank stelde vast dat het binnentreden in de woning met twee doelen plaatsvond: een strafrechtelijke huiszoeking en het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) vereist dat voor elk doel van binnentreden afzonderlijk aan legitimatie, mededeling van het doel en toestemming moet zijn voldaan. Hoewel de strafrechtelijke huiszoeking niet ter toetsing stond, was voor de vreemdelingenrechtelijke bevoegdheden geen toestemming gevraagd of verleend, noch was er een schriftelijke machtiging aanwezig. Dit maakte het binnentreden onrechtmatig volgens artikel 1, vierde lid van de Awbi.
De onrechtmatigheid van het binnentreden maakte de daaropvolgende bewaring onrechtmatig, omdat de belangen van openbare orde onvoldoende waren onderbouwd en het huisrecht en privéleven van eiseres werden geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende eiseres een schadevergoeding toe van €1660,--. Tevens werden de proceskosten van €711,-- aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en eiseres krijgt een schadevergoeding toegekend.