ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig binnentreden en onrechtmatige bewaring wegens schending Awbi bij vreemdelingenpolitie
Eiseres werd op 7 november 2006 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen de bewaring en voerde aan dat het binnentreden in haar woning onrechtmatig was, omdat geen toestemming was gevraagd of verleend voor het vreemdelingenrechtelijke binnentreden, terwijl dit naast de strafrechtelijke huiszoeking plaatsvond.
De rechtbank onderzocht de processen-verbaal en getuigenverklaringen en concludeerde dat het binnentreden twee doelen had: strafrechtelijk onderzoek en vreemdelingenrechtelijke controle. Voor het strafrechtelijke binnentreden is toestemming niet aan de orde, maar voor het vreemdelingenrechtelijke binnentreden wel. De rechtbank oordeelde dat er geen toestemming was gevraagd of verleend voor het vreemdelingenrechtelijke binnentreden, noch was er een schriftelijke machtiging volgens de Awbi.
Daarmee was het vreemdelingenrechtelijke binnentreden onrechtmatig. De daaropvolgende bewaring was daardoor ook onrechtmatig, omdat de belangen van eiseres (huisrecht en privéleven) niet in redelijke verhouding stonden tot het belang van de openbare orde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 30 november 2006 en kende eiseres een schadevergoeding toe van €1660,--. Tevens werden de proceskosten van €711,-- aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatig vreemdelingenrechtelijk binnentreden.