ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens onzorgvuldige afwijzing verblijfsvergunning minderjarige zonder mvv
Verzoeker, een veertienjarige jongen van Marokkaanse nationaliteit die sinds 1996 legaal in Nederland verblijft, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank oordeelt dat verweerder niet zorgvuldig heeft onderzocht of de aanvraag van de moeder destijds mede ten behoeve van verzoeker is gedaan en of de aan haar verleende verblijfsvergunning ook voor hem geldig was.
Verzoeker woont sinds zijn vierde in Nederland, is ingeschreven in de GBA, gaat hier naar school en is ingeburgerd. De rechtbank stelt vast dat de vader van verzoeker er steeds van uitging dat het verblijf rechtmatig was. Gelet op het beleid uit 1996 en 1997 en de uitvoeringspraktijk had verweerder nader onderzoek moeten verrichten.
Omdat verweerder dit naliet, is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen. De rechtbank beveelt verweerder nader onderzoek te doen en houdt rekening met de hardheidsclausule bij toepassing van het mvv-vereiste. De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt verboden verzoeker uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt verboden verzoeker uit te zetten totdat op het bezwaar is beslist.