ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Soedanese nationaliteit, werd op 29 november 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep en heropende het onderzoek na verzoek van eiser in verband met moties van de Tweede Kamer en kabinetsreacties over het Project Terugkeer.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser behoort tot de groep vreemdelingen van wie de uitzetting is opgeschort. Verweerder stelde dat eiser niet tot deze groep behoort, omdat hij volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers sinds maart 2005 met onbekende bestemming was vertrokken en dus geen onderdeel is van het Project Terugkeer. De rechtbank nam dit standpunt over.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere inbewaringstellingen van eiser niet wegens ontbreken van zicht op uitzetting waren opgeheven, maar vanwege andere belangen. Het enkele feit dat eiser eerder in bewaring was gesteld, betekent niet dat nu geen zicht op uitzetting bestaat. De moties Bos en Dijsselbloem en de kabinetsreacties golden alleen voor vreemdelingen binnen het Project Terugkeer, waartoe eiser niet behoort.
Verder vond de rechtbank dat de maatregel van bewaring proportioneel was gezien het geachte onttrekkingsgevaar en dat een lichter middel niet volstond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.