ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5617
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor naheffingsaanslag loonbelasting ondanks feitelijke leiding door ander
De zaak betreft een beroep tegen een aansprakelijkstelling voor een naheffingsaanslag loonbelasting over 2000 opgelegd aan [A.] B.V., waarvoor eiser als formeel bestuurder aansprakelijk werd gesteld. Eiser betoogde dat feitelijk een ander, [X.], leiding gaf en dat hij zelf geen verantwoordelijkheid droeg.
De rechtbank stelt vast dat eiser volgens het handelsregister bestuurder is en dat dit formeel voldoende is voor aansprakelijkheid op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990. Het feit dat [X.] feitelijk leiding gaf, ontslaat eiser niet van zijn verantwoordelijkheid. Tevens is vastgesteld dat [A.] niet aan haar loonbelastingverplichtingen heeft voldaan en dat eiser het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur niet heeft weerlegd.
De rechtbank oordeelt dat de keuze van verweerder om alleen eiser aansprakelijk te stellen niet in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur, aangezien [X.] geen verhaal biedt wegens faillissement. De aansprakelijkstelling wordt verminderd tot nihil omdat het bedrag inmiddels is voldaan, en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Eiser wordt aansprakelijk gehouden als formeel bestuurder, maar de aansprakelijkstelling wordt verminderd tot nihil omdat het bedrag is voldaan.