ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5735
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling alimentatie wegens onvoldoende arbeidsinkomen vrouw
Partijen zijn gehuwd geweest van 1985 tot 2002. De vrouw had een cassatieberoep tegen een eerdere beschikking van het gerechtshof ingesteld, dat door de Hoge Raad werd verworpen. Het hof had de alimentatie per 1 mei 2006 op nihil gesteld, uitgaande van de verwachting dat de vrouw dan geheel in haar levensonderhoud kan voorzien.
De vrouw verzoekt nu om herziening van deze beschikking omdat zij ondanks haar inspanningen geen werk heeft kunnen vinden waarmee zij volledig in haar levensonderhoud kan voorzien. Zij heeft onder meer een opleiding gevolgd, gesolliciteerd op diverse functies, een stage gelopen en een eigen bedrijf opgezet.
De man betwist dat sprake is van een wijziging van omstandigheden en stelt dat de vrouw onvoldoende heeft gesolliciteerd. De rechtbank oordeelt dat de vrouw voldoende inspanningen heeft verricht en dat het onvermogen om werk te vinden mede samenhangt met haar persoonlijke omstandigheden en leeftijd.
De rechtbank stelt de alimentatie daarom vast op €946 per maand vanaf 1 mei 2006, rekening houdend met een redelijke eigen inkomstenraming van €300 per maand. De beschikking van het gerechtshof wordt op dit punt gewijzigd en de alimentatie wordt bij vooruitbetaling toegekend.
Uitkomst: De alimentatie wordt vanaf 1 mei 2006 vastgesteld op €946 per maand wegens onvoldoende arbeidsinkomen van de vrouw.