ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5786
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.R. van Es - de Vries
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen op bezwaar verblijfsvergunning
Verzoekster, een Armeense burger, maakte bezwaar tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van verblijf bij echtgenoot. Verweerder heeft het bezwaar niet binnen de wettelijke beslistermijn van tien weken behandeld, ondanks verlenging. Verzoekster verzocht daarom de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om verweerder te dwingen alsnog te beslissen.
De voorzieningenrechter constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat er geen feiten zijn die rechtvaardigen dat verzoekster eerder had kunnen begrijpen dat geen beslissing zou volgen. Daarom is het verzoek kennelijk gegrond en wordt verweerder opgedragen binnen zes weken na uitspraak alsnog een beslissing op bezwaar te nemen.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster en bepaalt dat het door verzoekster betaalde griffierecht wordt vergoed. Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat daarvoor nog geen gronden aanwezig zijn.
De uitspraak wordt zonder zitting gedaan op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. De voorzieningenrechter benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt de rechtsbescherming van belanghebbenden tegen besluitvertraging.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een beslissing te nemen op het bezwaar van verzoekster en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.