ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5791
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.C.J. Mosheuvel
- A.B.M. Hent
- J.R. van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren en onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring en schadevergoeding
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 16 maart 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd op 13 december 2006 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid, stellende dat er geen reëel zicht op uitzetting was en dat de bewaring op een detentieboot langer dan zes maanden onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar de identiteit en nationaliteit van eiser nog gaande was en dat verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting werkte. Eiser had niet meegewerkt aan het onderzoek, ondanks meerdere verzoeken om informatie, waardoor hij het proces vertraagde. De rechtbank achtte de voortduring van de bewaring niet onrechtmatig, ook niet gelet op het vonnis van de voorzieningenrechter dat vreemdelingen niet langer dan zes maanden op detentieboten mogen worden vastgehouden.
De rechtbank benadrukte dat klachten over het regime op de locatie van bewaring niet binnen het toetsingskader vallen bij beoordeling van het voortduren van de bewaring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.