ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5803
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel vreemdelingenbewaring wegens vertraagde asielaanvraag
Eiser is op 28 november 2006 onderworpen aan een maatregel op grond van artikelen 54 en 56 van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij verplicht werd zich te melden in een vertrekcentrum in Vught. Eiser maakte voor 4 december 2006 kenbaar een tweede asielaanvraag te willen indienen, maar verweerder stelde de datum van indiening uit tot 29 januari 2007. De rechtbank constateert dat verweerder de uitzettingshandelingen niet heeft opgeschort en dat de termijn van de maatregel grotendeels is verstreken voordat eiser zijn aanvraag kon indienen.
De rechtbank overweegt dat verweerder onverwijld duidelijkheid had moeten verschaffen over de asielaanvraag en dat het uitstel niet gerechtvaardigd is, waardoor de maatregel vanaf 4 december 2006 niet meer het beoogde doel dient. De maatregel wordt daarom per die datum opgeheven. Tevens wordt eiser een immateriële schadevergoeding toegekend van €35 per dag verblijf in het vertrekcentrum vanaf 4 december 2006 tot 13 december 2006, totaal €315.
De uitspraak benadrukt het belang van een spoedige behandeling van asielaanvragen en het opschorten van uitzettingshandelingen tijdens de procedure, conform de Vreemdelingenwet en het beleid gericht op terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers.
Uitkomst: De maatregel tot vreemdelingenbewaring wordt per 4 december 2006 opgeheven en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding van €315.