ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Onacceptabel tijdsverloop bij dossierstudie in vreemdelingenbewaring leidt tot onmiddellijke opheffing vrijheidsontneming
Eiser diende op 28 november 2006 een beroepschrift in tegen de voortzetting van zijn bewaring nadat eerder het beroep tegen de bewaring ongegrond was verklaard. De rechtbank stelde vast dat de rechtmatigheid van de bewaring als zodanig reeds was beoordeeld, zodat nu alleen de voortzetting van de maatregel aan de orde was.
De rechtbank oordeelde dat de periode van zes weken tussen de verzending van de laissez-passeraanvraag naar de Unit Facilitering Terugkeer (UFT) en de afronding van de dossierstudie onacceptabel was, omdat geen bijzondere omstandigheden waren gebleken die dit tijdsverloop konden rechtvaardigen. Dit leidde tot het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld.
Verder kende de rechtbank een schadevergoeding toe van € 630,- aan eiser, gebaseerd op negen dagen detentie in een huis van bewaring tegen een normbedrag van € 70,- per dag. Tevens werden proceskosten van € 644,- toegekend voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten. Tegen deze uitspraak stond geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontneming wegens onacceptabel tijdsverloop en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.