ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5936
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en uitzetting vreemdeling ondanks uitzetmoratorium
Eiser heeft sinds 1994 meerdere procedures gevoerd om uitzetting naar zijn land van herkomst te voorkomen, waaronder asielaanvragen en verzoeken om verblijf om humanitaire redenen. Ondanks deze procedures en verzoeken om voorlopige voorzieningen, zijn deze afgewezen door de rechtbank en de vreemdelingenautoriteiten.
Op 29 november 2006 is eiser in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij niet vrijwillig vertrok na een vertrekgesprek. De rechtbank oordeelt dat gezien de voortdurende pogingen van eiser om uitzetting te frustreren, onvoldoende aannemelijk is dat hij onder het uitzetmoratorium valt. Het enkele feit dat hij onder de oude Vreemdelingenwet een asielaanvraag heeft ingediend, is daarvoor onvoldoende.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en redelijk is. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en uitzetting wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.