ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5945
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning in strijd met beleidsregel bij voortgezet verblijf
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, verbleef drie jaar in Nederland met een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf bij echtgenoot. Na de feitelijke verbreking van het huwelijk op 22 december 2004 trok verweerder de verblijfsvergunning in, terwijl eiseres in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf. Eiseres diende pas op 26 april 2005 een aanvraag tot wijziging in, wat leidde tot een verblijfsgat.
Verweerder beriep zich op het niet tijdig melden van de gewijzigde omstandigheden en het ontbreken van een aanvraag voor voortgezet verblijf, waardoor intrekking gerechtvaardigd zou zijn. Eiseres stelde dat het beleid, neergelegd in paragraaf B2/5.2.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000, voorschrijft dat intrekking niet plaatsvindt indien een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf wordt verleend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig handelde door de intrekking te handhaven terwijl eiseres voldeed aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf. Het besluit was in strijd met de beleidsregel en de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.