ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6125
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit in asielprocedure
Eiser verzocht op 10 februari 2003 om een verblijfsvergunning op grond van discretionaire bevoegdheid. Verweerder wees dit verzoek aanvankelijk af en verklaarde een bezwaar niet-ontvankelijk, maar trok deze beslissing later in. Bij brief van 26 januari 2006 trok verweerder de eerdere beslissing in en gaf aan dat het verzoek als een asielaanvraag zou worden behandeld. Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar verweerder stuurde dit bezwaar door aan de rechtbank als beroepschrift.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 26 januari 2006 geen besluit bevatte waartegen beroep openstaat, omdat het geen inhoudelijk oordeel gaf over de asielgerelateerde verblijfsaanspraken. Hierdoor was artikel 7:1 Awb Pro niet uitgesloten en had verweerder het bezwaar moeten behandelen. De brief bevatte tevens een impliciete weigering om te besluiten op de reguliere verblijfsvergunningaanvraag, wat gelijkgesteld wordt aan een besluit, maar waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en zond het beroep terug aan verweerder om het als bezwaar te behandelen. Tevens merkte de rechtbank op dat verweerder nog niet had beslist op het eerdere bezwaar van 11 december 2003. Het beroep werd daarom niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen besluit is genomen waartegen beroep openstaat.