ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6129
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen impliciete weigering verblijfsvergunning
Eiser verzocht op 29 december 2003 om een verblijfsvergunning op basis van inherente afwijkingsbevoegdheid. Na bezwaar tegen het niet tijdig beslissen, stuurde verweerder op 27 januari 2006 een brief waarin werd meegedeeld dat de aanvraag als asielaanvraag wordt behandeld. Eiser maakte hiertegen bezwaar, waarna verweerder dit bezwaarschrift aan de rechtbank doorzond als beroepschrift.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 27 januari 2006 geen besluit is in de zin van artikel 79 Vreemdelingenwet Pro en dat er geen inhoudelijk oordeel is gegeven over de verblijfsaanspraken van eiser. Hierdoor is artikel 7:1 Awb Pro van toepassing en moet eerst bezwaar worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en zendt het terug aan verweerder om als bezwaarschrift te worden behandeld. Dit betekent dat eiser eerst een beslissing op bezwaar moet afwachten voordat hij beroep kan instellen. De uitspraak is gedaan op 13 november 2006 door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en teruggezonden aan verweerder om als bezwaarschrift te worden behandeld.