ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ6311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over weigering verblijfsvergunning wegens medische situatie en mvv-vereiste
Verzoekster sub 1 en overige verzoekers hebben aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen met als doel medische behandeling en verblijf bij moeder. Deze aanvragen werden door verweerder afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het oordeel dat medische behandeling in het land van herkomst voortgezet kan worden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder niet de juiste toets heeft toegepast bij de beoordeling van het medische aspect, aangezien de gevolgen van verblijf in het land van herkomst tijdens de mvv-aanvraag onvoldoende zijn betrokken. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) hield geen rekening met de impact van een afwijzend besluit op de medische situatie van verzoekster sub 1.
Verder is vastgesteld dat de medische situatie van verzoekster sub 1 een belangrijk onderdeel vormt van de schrijnende situatie van verzoekers en dat verweerder onterecht vasthoudt aan het mvv-vereiste zonder nadere motivering. Ook is het besluit onvoldoende gemotiveerd wat betreft het gelijkheidsbeginsel en het paspoortvereiste.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen, met inachtneming van de motieven in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoekers te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de motieven.