ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ7192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortgezet verblijf op grond van Besluit 1/80 na verbreking huwelijk en werkloosheid
Eiser, een Turkse vreemdeling, had een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf bij echtgenote'. Na verbreking van zijn huwelijk en het niet voldoen aan de vereiste periode van één jaar legale arbeid voorafgaand aan 15 september 2003, werd zijn aanvraag voor wijziging van de verblijfsvergunning naar arbeid in loondienst afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser door vrijwillige werkloosheid in de periode van februari 2003 tot mei 2003 zijn opgebouwde rechten op voortgezet verblijf heeft verloren. De noodzaak tot inburgering rechtvaardigt deze werkloosheid niet als onvrijwillig. Daarnaast is het beleid inzake voortgezet verblijf na verbreking van een huwelijksrelatie binnen drie jaar niet gunstiger dan het beleid ten tijde van het Besluit 1/80.
Eisers beroep op de standstill-bepaling en op het oude beleid wordt verworpen. Ook het verzoek om een deskundige in te schakelen en het beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid worden afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering voortgezet verblijf gehandhaafd.